Women’s prize for fiction

Is een prijs voor fictie door vrouwen seksistisch?
Ik weet het eigenlijk niet.
Worden vrouwen benadeeld bij het uitdelen van literaire prijzen? Het is mogelijk, maar ik weet het niet. En als dat zo zou zijn, zou het bestaan van een literaire prijs specifiek voor vrouwen dan een correctie hierop kunnen zijn? Ook dat weet ik niet.
Als je het hebt over vrouwen die schrijven ontsnap je ook niet aan volgende vraag: bestaat er een specifieke vrouwenliteratuur?
Een vriendin vertelde me ooit dat voor haar man Villette van Charlotte Bronte verplichte literatuur was geweest op school. Als dat niet het geval was geweest, zou hij er niet meer dan een tiental bladzijden van gelezen hebben. Hij vond dit vrouwenliteratuur. En met vrouwenliteratuur bedoelde hij literatuur die bedoeld is voor een vrouwelijk lezerspubliek.
Laatste vraag: is Villette vrouwenliteratuur? Dat weet ik nu eens wel: nee, Villette is geen vrouwenliteratuur. Het is het verhaal van een onbeantwoorde liefde. Dat is bij mijn weten geen specifiek vrouwenfenomeen. Waarom ervaren mannen – ik deed een kleine enquête – Villette als vrouwenliteratuur? Het boek is geschreven door een vrouw, vanuit de wereld, de positie en de gevoelens van een vrouw, ergo, het is vrouwenliteratuur, dat blijkt de redenering te zijn. Maar neem een vergelijkbaar thema en zet het in een mannelijke kader: het wordt vanzelf literatuur, tout court. Toen ik achttien was, las ik Le rouge et le noir van Stendhal. Ik vond dat toen een mannenboek, een zeer goed mannenboek. Ik ontdekte pas later dat deze categorie in de literatuur niet bestond.
We leven blijkbaar nog altijd in een patriarchaat. Wat van en over mannen is, is universeel, wat van en over vrouwen is wordt al gauw een niche.

Advertenties

Lezende vrouw

Was een tijd geleden getuige van een niet-alledaagse manier van lezen.
In haar rechterhand hield de lezende vrouw het boek en in haar linkerhand een penseel. Daarmee wreef ze over de bladzijde die ze las. Niet af en toe, maar constant, als gaf ze de maat aan bij het lezen. Het was zo’n penseeltje dat je als kind gebruikt om met waterverf te schilderen, niet te dun, niet te dik. De vrouw gebruikte het niet als denkbeeldig potlood, om bepaalde woorden of zinnen te onderstrepen. Ze borstelde over de hele bladzijde die ze aan lezen was, soms een eindje van links naar rechts, soms de hele bladzijde van boven naar onder, heel vaak maakte ze kringetjes. De bewegingen waren nerveus, het penseel viel geen ogenblik stil. Alsof het enkel lezen voor de lezeres niet voldoende was. Of alsof ze de letters niet vertrouwde en die constant in nieuwe clusters samen wou voegen.
De vrouw was waarschijnlijk in de veertig, verzorgd, slank, met kort donker haar. Ze zag er niet echt nerveus uit, maar haar linkerhand was misschien een betere barometer van haar gemoed.
Het intrigeerde me wel: was het gewoon een tic nerveux? Hoelang deed ze dat al?
En ik dacht aan het penseel dat ze altijd in de omgeving van haar boek moest hebben. Kon ze lezen zonder dat penseel? Had ze mensen in vertrouwen genomen over haar bizarre gewoonte? Had ze enkel deze tic, of was het er één uit een hele rij?
Zou ze erover willen spreken als ik er tegen haar over zou beginnen? Ik ben er tegen haar niet over begonnen, en uiteindelijk speelt dat ook geen rol.
Ik houd ervan te kijken naar lezende mensen. Deze vrouw had de meest unieke manier van lezen die ik ooit zag. Alsof ze -misschien was dat het- terwijl ze las het geschrevene meteen ook geschilderd wilde zien. Het was prachtig.

Taking pictures

Enkele jaren geleden kocht ik in Engeland de roman waarmee Anne Enright in 2007 de Man Booker prijs won, The gathering. Over 8 broers en zussen die samenkomen wanneer hun broer zelfmoord heeft gepleegd. Een ontgoocheling was dat. Een teedeebee die geen neiging vertoonde om zijn status te overstijgen. Op vakantie deze zomer las ik van haar ‘The Forgotten Waltz’. Het boeide me wel, maar om de verkeerde reden vrees ik. Tot op het einde dacht ik dat het een thriller was. Ik hou dan wel van thrillers, maar dat betekent niet dat ik elk boek dat ik lees automatisch thrillerkenmerken toeken. In ‘The Forgotten Waltz’ komen minstens twee passages voor die vooruitwijzen op een dramatische afloop van het verhaal. Je loopt als schrijver in een werk toch niet vooruit op iets dat er dan niet komt. Tenminste niet als dit niet bewust gebeurt. In ieder geval, het lijkt alsof dit een werk is waarin Anne Enright was blijven steken, en dat ze later uit de kast heeft gehaald om er dan in godsnaam maar een eind aan te breien. Het boek leidt dan ook tot niets, terwijl een boek toch iets met je moet doen. Ontroeren, bevreemden, verbijsteren, je iets zeggen op zijn minst … het is er allemaal niet bij.
De verhalen van Anne Enright in ‘Taking pictures’ daarentegen hebben het.
Ze doen iets met je.
Sommige verhalen zijn verontrustend. Zoals dat van een studente die bijna vermoord wordt door een medestudente. Of het verhaal van een oudste zus in een gezin die zoekt naar een verklaring voor de anorexie van haar jongere zus. Beide vrouwen komen tot een verbijsterend inzicht. Andere verhalen zorgen voor herkenning, en zijn zeer ontroerend. In deze verhalen zijn vrouwen aan het woord die op een keerpunt in hun leven staan, en het even niet zien zitten. Ze zijn verstrikt in een zeurderige interne monoloog, waarin hun ontgoocheling in de mannen, in het leven, dat zelfs op piekmomenten niet is wat het schijnt te zijn, de toon aangeven. Zoals de kersverse moeder die alleen maar problemen ziet bij de verzorging van haar kind, tot ze dan toch verrast wordt door het gevoel van de blote baby op haar blote buik. Of de hoogzwangere vrouw in een lift die weet dat de Amerikaan met wie ze de lift deelt per se haar buik zal willen voelen. Ontgoochelde vrouwen zijn het gespreksonderwerp bij een ontmoeting tussen een vrouw en een een oude vriend. De vrouw is onlangs, op latere leeftijd, zelf getrouwd, en nu blijkt dat ze daardoor voor die vriend niet langer een vertrouwenspersoon kan zijn. In enkele van de verhalen willen de vrouwen iets in hun leven nog eens overdoen, zoals de vrouw die het begin van de menopauze interpreteert als het begin van een zwangerschap, of zoals de poetsvrouw – mijn favoriet – die drie wensen zou willen doen. Een ijzersterk verhaal is dat. Een poetsvrouw zou als ze drie wensen zou mogen doen, eigenlijk zes wensen doen. Ze legt haarfijn uit waarom het er zes zouden moeten zijn. En terwijl ze aan het kuisen is in het operagebouw, overloopt ze haar leven. Helemaal aan het eind van het verhaal doet ze pas haar wensen. En doordat je ondertussen haar levensverhaal kent, grijpen die je naar de keel.

Veel meer dan gebeurtenissen, beschrijven de verhalen toestanden in een vrouwenleven. De blik is die vanuit een lichtjes verdraaide lens. Een zwangerschap zonder romantiek, de uitputtende zorg voor een jonge baby, de ontgoocheling over een doodlopende vriendschap, het wrevelige contact met iemand uit de kindertijd …. Maar daarnaast ook het verkwikkende begin van een menopauze, of de zingevende zorg voor een terminaal zieke man. De realiteit als ontmaskeraar van blinde verwachtingen. De herkenning zorgde ervoor dat ik moest lachen om al die ontgoochelde nijdigheid, om de onuitgesproken pinnige antwoorden en om het zelfmedelijden van die vrouwen. Empathie ook omwille van de hormonen die die vrouwen op de speerpunten in hun leven de duivel aandoen. Verbijstering daarnaast om de ontstellende inzichten van enkele hoofdpersonages. Kippevel bij de eenvoud en wijsheid van een oudere moeder….
Chapeau, Anne, met dit boek over de condition humaine van vrouwen verdien je voor mij de literaire prijs die je voor een ander boek kreeg.

Zijn er mannen onder de lezers van ‘Taking pictures? Ik zou graag eens van gedachten wisselen met hen over deze verhalen. Heren, als jullie er zijn, stap uit de schaduw, uw mening wordt gevraagd.

Taking pictures door Anne Enright, London, Jonathan Cape, cop. 2008, 227 p.

De vliegeraar

Een boek van gewicht weer. En een bestseller geweest, ik ben voorzichtig dus.

Gaat over een vriendschap tussen Amir en Hassan, twee Afghaanse jongens. Of, omdat het woord ‘vriendschap’ in de context van de sociale verhoudingen in Afghanistan niet het juiste woord is, en omdat de jongens zonder dat ze dat weten, dezelfde vader hebben, over een heel innige relatie tussen deze jongens. Dan gebeurt er iets ontzettends. Dat leidt ertoe dat ze niet langer samen kunnen leven. Voor een schrijver die zijn verhaal in de recente geschiedenis van Afghanistan situeert, ligt de dramatiek voor het grijpen. En de gebeurtenissen in Afghanistan grijpen zeker diep in op het leven van de twee jongens. Wanneer de Russen Afghanistan binnenvallen, vluchten de hoofdfiguur en zijn vader het land uit, naar Amerika. Van een vooraanstaande en rijke familie worden ze arme immigranten.

Toch is het niet deze ommekeer die de dramatiek in het verhaal bepaalt. Nee, het ontzettende dat een van hen overkomt doet zich voor in de periode die de oproer in Afghanistan voorafgaat. Het gebeuren ontleent zijn dramatiek weliswaar aan de Afghaanse sociale verhoudingen, maar de dramatiek zet zich verder door in het gapend schuldgevoel dat de gebeurtenis bij de hoofdfiguur achterlaat, schuldgevoel omdat hij het gebeuren had kunnen voorkomen, maar het niet deed. Het dramatisch effect wordt nog eens versterkt doordat het voorval zich voordoet op een moment dat heel cruciaal is in de verhouding van Amir tot zijn vader, namelijk het ogenblik dat hij zo goed als zeker de eerste prijs haalt in een vliegerwedstrijd, en hiermee de liefde en de bewondering van zijn vader kan winnen. Een oud schuldgevoel, een vader-zoon-relatie, een door de omstandigheden scheefgetrokken broer-en-broer-relatie, een nieuw schuldgevoel, het inlossen van die schuld, ouders en kinderen, dat zijn de thema’s van dit boek. Een kanttekening toch: waarom is de hoofdfiguur eigenlijk niet opgekomen voor zijn vriend? De situatie was toch niet zo bedreigend voor hem? Hij behoorde tot de rijke burgerij, en de belager van zijn vriend zou in zijn aanwezigheid zeker niet hebben durven doen wat hij deed. Maar dan was er geen verhaal geweest natuurlijk. Een kunstgreepje dus?

Ik heb dit boek in een paar dagen uitgelezen. Het begint met een evocatie van enkele scènes uit de jeugd  van Amir. Die zijn zo goed geschreven dat ik onmiddellijk verkocht was. Je stapt Afghanistan binnen zonder dat te beseffen, pas als je het boek voor het eerst een beetje aan de kant moet laten liggen, besef je dat op reis bent geweest. Het eerste deel van het boek, waarin de hoofdfiguur terugblijkt op zijn jeugd, is het sterkst. Vanaf de vlucht naar de VS gaat het een beetje bergaf. Amir is vanaf hier zijn jeugd ontgroeid. De relatie met zijn vader is niet meer zo problematisch. Het werk verliest hier wat aan spanning. Het beschrijven, het evoceren, moet plaats maken voor de ontwikkeling van het verhaal. Amir gaat studeren, hij schrijft, hij wordt verliefd en hij trouwt. Als hij na zoveel jaren terug naar Afghanistan trekt, dan is dat om een schuld te vereffenen. Want er hapert iets in zijn leven, en hij schrijft dat toe aan het schuldgevoel dat hem nooit loslaat. Vanaf hier gaat het boek weer bergop. Situaties neerzetten, mensen beschrijven, daar is K. het sterkst in.

De opbouw van het verhaal stoort me een beetje. Alles valt te goed op zijn plaats: het weerzien met de oudere Assef, dat vooraf zo duidelijk aangekondigd wordt, diens relatie tot precies de zoon van Hassan, die vroeger het mikpunt van zijn pesterijen was, de op een blad aan Amir aangereikte kans om een schuld goed te maken en om, en passant, het verlangen naar een kind in te vullen, de brief van Hassan die hem bereikt, zijn redding door de zoon van Hassan, het vliegeren op het einde van de roman als middel om de apathie te doorbreken… Toch vind ik dit verhaal, en zeker het eerste deel ervan, heel ontroerend. Khaled Hosseini is een schrijver van het soort dat weet hoe je een wereld neerzet. Hij zet het Afghanistan van Amir en zijn flamboyante vader heel indringend neer. Dat doet me een beetje denken aan ‘A suitable boy’ van Vikram Seth. Daarin bracht de schrijver de hele indische wereld voor me tot leven. Hier doet de schrijver dat -zij het minder omvattend- met Afghanistan. Zoals een recensent het zegt: ‘Hosseini geeft zijn geboorteland een kloppend hart’. Bij mij scoort Hosseini uitzonderlijk hoog met zijn beschrijvingen van het vliegeren. Het hoofdstuk over die vliegerwedstrijd in de jeugd van Amir is van een zeldzame pracht. Dit is een hoofdstuk dat ik zou meenemen, als een keuze van hoofdstukken zich ooit zou opdringen.

H.G. Wells

H.G. Wells was a prolific writer’ lees ik in Goodreads. Ik heb net  ‘A man of parts’ gelezen van David Lodge, en mijn sterkste indruk is eerder: H.G. Wells was a prolific lover’. Ja, het boek gaat over de auteur H.G. Wells. Jongen, wat een vrouwenloper. Voor hem is het simpel, het waren de vrouwen die hém najaagden. Op de twee foto’s die ik van hem terugvind probeer ik zijn aantrekkingskracht op vrouwen in te schatten. Dat lukt maar half. Ik vermoed dat zijn reputatie als vrouwenverleider de drempel voor zijn aanbidsters sterk verlaagde. Maar goed, het komt hierop neer: ik onthou na het lezen van dit boek vooral het verhaal van zijn chaotische, buitenechtelijke relaties en kinderen. Zijn politieke visies, zijn visionaire  gaven en zijn hele schrijverschap lijken in deze biografische roman eerder kanttekeningen dan bouwstenen. Dat Wells de vrije liefde voorstond, en dat naarstig in de praktijk bracht, ja, dat is wel duidelijk. Hij praktiseerde de vrije liefde, maar enkel zolang hij aan de ontvangende kant stond. En de ‘verdienste’ hieraan ligt uitsluitend bij zijn vrouw, Jane. Zij moest er al vroeg in hun huwelijk vrede mee nemen dat haar man minnaressen nam. Wanneer een van zijn minnaressen pogingen deed in die richting werd H.G. spoorklaps een afvallige. Rebecca West, die ooit zijn minnares was, dreigde er eens mee een tweede minnaar te nemen. Hij smeekte haar om dat niet te doen. Hij zou dat niet kunnen verdragen, jammerde hij, want ‘het is niet hetzelfde voor een man’.

Een geromantiseerde biografie is zeker niet het ideale middel om een schrijver uit de doeken te doen. Hoe beschrijf je een literair oeuvre van een auteur zonder afbreuk te doen aan het romankarakter van je werk? En omgekeerd, hoe kun je vermijden dat een literaire biografie enkel een verhaal van gebeurtenissen is? Hoe kun je de denkwereld, de aspiraties, de evolutie van een schrijver naarvoor brengen? David Lodge doet hier en daar een poging, maar eigenlijk is dat niet echt zijn bedoeling denk ik. Omdat Wells niet bepaald mijn literaire bewondering wegdraagt, vond ik dat niet zo erg. Bovendien wordt dit gebrek voor mij een beetje gecompenseerd door de ontmoeting met enkele schrijvers die tot de vriendenkring van Wells behoorden, en die ik wel bewonder. Een van hen is Henry James. Over zijn relatie tot H.G. Wells wil ik het in mijn volgende post graag hebben.

H.G. Wells in de bibliotheek

De engelenmaker

Een weerzinwekkend verhaal. Ik ben blij dat ik het boek uitheb en dat ik het in Gent kon achterlaten.
Ik las ondertussen dat de auteur, Stefan Brijs, houdt van mensen van wie er een hoekje af is. Wel, aan Victor Hoppe is er meer dan een hoekje af. Vanaf het eerste moment van zijn bestaan wordt hij verstoten. Hij wordt geboren met een hazelip, waardoor zijn moeder van hem walgt, en hem de dag na zijn geboorte laat opnemen in een klooster. Als hij drie jaar is en nog altijd geen woord heeft gezegd, wordt hij idioot verklaard, wat zijn verder verblijf in de instelling rechtvaardigt. Als zijn vader veel later inziet dat zijn zoon allesbehalve idioot is haalt hij hem naar huis, maar dan is het kwaad geschied. Victor legt zijn genie en zijn religieuze waanzin samen om zelf schepper te worden.
Walg, ontzetting, en een bijna abstract gevoel van medelijden, dat roept dit boek bij me los. Brijs is erg goed in het oproepen van die walg. En zijn Victor is, hoe geïsoleerd en afwijkend van de rest van de mensheid ook, een geloofwaardig personage.
Ik twijfel er geen moment aan dat er op deze aarde al menselijke klonen leven. Het kan niet anders dan dat die afgesloten van de wereld leven, en dat ze tijdens hun leven dienen als wetenschappelijk materiaal.
‘Engelenmakers’ biedt een variant van dit verhaal. Bij mij brengt het met de walg het besef naarboven dat de realiteit waarschijnlijker nog veel weerzinwekkender is.
Een walgelijk, maar ijzersterk verhaal.

TeeDeeBees

Het is moeilijk met Teedeebees. De categorie afbakenen is zelfs bijna onmogelijk, de randen blijven diffuus. Soms, bij momenten zijn ze duidelijk afgetekend, en is er geen twijfel aan. Maar evengoed kan een werk een jaar later zijn teedeebeeschap hebben afgelegd, en naar een andere categorie overgestapt zijn.
Iemand vroeg me onlangs of ik een paar auteurs kon noemen die het teedeebeeschap vertegenwoordigen. Nu is het eigen aan een TDB dat de naam van de auteur niet zoveel belang heeft. Maar toch: Justin Cartwright, Sebastian Faulkner, Tim Parks, misschien Alexander McCall-Smith …. Ze zijn een beetje te vergelijken met  wat men bij de dichters de ‘minor poets’ noemt. Ze zullen dus nooit tot de canon behoren.
Maar pak mijn teedeebees weg, en ik ga op mijn achterpoten staan. Ik heb ze even nodig als de grote literatuur die je bloed verwarmt of die je koud maakt tot in je kern. Want ze verbreden mijn visie, vergroten mijn kennis, verdiepen mijn inzicht. Ze verzachten mijn oordeel, en ze verzoenen mij met het dagdagelijkse leven. Wat zou ik zijn zonder mijn tussendoorboeken?