Zuid-Afrikaans

Ik zou hier kunnen beginnen zoals Tom Lanoye op zijn tour met Antjie Krog door Vlaanderen in 2006 dat deed, namelijk met uitgebreid aan te tonen dat mijn liefde voor het Zuid-Afrikaans boven alle verdenking staat. Tom Lanoye deed er eerst twintig minuten over om, met veel verve, de liefde voor deze taal bij een boel mensen als verdacht af te schilderen, en dan nog eens een kwartier om er zijn eigen zwak voor de taal als de enige politiek correcte daartegenover te stellen.
Hoeft niet, ik hou gewoon van het Zuid-Afrikaans, zoals ik van het Engels, het Zweeds, het Russisch en nog andere talen hou.
Het Zuid-Afrikaans is een heel mooie taal. Het is ook een erotiserende taal.
Een Zuid-Afrikaanse man die mij in zijn taal een liefdesgedicht zou voorlezen, ja, veel kans dat ik voor hem zou vallen. Gevaarlijk dus.
Maar het waren twee Zuid-Afrikaanse vrouwen die ik onlangs aan het woord hoorde in Damme, op het programma ’n Legkaart van woorde, nl. Christine Barkhuizen Leroux en Laurinda Hofmeyr.
Er zijn nog mensen die gedichten op muziek zetten, en ze zingen. Maar Laurinda Hofmeyr is totnutoe voor mij de enige die daar in slaagt. Ze zingt liederen, geen gedichten. Ze doet dit met een warme krachtige stem, en ze begeleidt zichzelf op de piano. U kunt haar horen op dit adres: http://www.youtube.com/watch?v=3lEefJn31-o&feature=related

Christine Barkhuizen Leroux las voor uit eigen werk. 
Gedichten voorlezen is geen dankbaar werk. Ik luister er meestal niet zo graag naar. Een gedicht, stilte, weer een gedicht, weer wat (vaak ongemakkelijke) stilte, wat commentaar bij wat volgt, een gedicht, stilte enz. Maar de klank van haar stem en de klank van haar taal bleken bij Christine Barkhuizen een magische combinatie te zijn. Ik hing aan haar lippen. Bad bij iedere stilte dat het nog niet gedaan zou zijn.
Ik kan jullie die symbiose niet laten horen.
Ik geef enkel een klein gedicht mee. Niet zo bijzonder, maar stel het je voor  in een warme, jonge vrouwenstem, in dat Zuid-Afrikaans.

Blom vir winter

Bo-oor die toppe van die seders
die Middellandse see
reik ek
om jou te raak
by hierdie ingreep
op jou houvas –
jou eerste liefde ooit
wat jy ’n naaldskerp winterdag
berg-oor
die aarde in sal dra

en met die wilde rooi papawer
sal ek in hierdie anderland
in legwerk tussen spoelklippe
myself tot troostblom vir jou plant


Uit ‘Roset’, Christine Barkhuizen le Roux
Advertenties