The lost art of gratitude

Ik heb een hele tijd gedacht dat achter de naam Alexander McCall Smith een vrouw schuilging. Niet zozeer om de nogal voor de hand liggende reden, nl. dat de hoofdpersoon in werken van voornoemd auteur altijd een vrouw is (ik heb het hier over de reeks The No. 1 Ladies’ Detective Agency, want dit zijn de enige werken die ik hiervóór van de auteur gelezen had). Nee, het is veeleer de filosofische inslag van de overpeinzingen die mij aan een vrouwelijke auteur deden denken. Nu ja, ik vind het nu net fijn dat de auteur een man is. Een mens wil niet altijd zijn zekerheden bevestigd zien.
De romans van McCall Smith in de genoemde reeks geven mij altijd een opgeruimd gevoel.  Het leven is zo overzichtelijk : je hebt dus het leven en dat gaat zijn gang, dan heb je problemen die zich aanmelden, je hebt het gezond verstand en de goede wil die samen een oplossing zoeken ervoor, en voilà, het leven is weer zoals voorheen.
‘The lost art of gratitude’ volgt hetzelfde stramien. Isabelle Dalhousie is een gelukkige vrouw : lieve partner, gezond zoontje, boeiende job en geen geldproblemen. Normaliter zou zich nu op een of ander vlak een crisis moeten voordoen, die het verhaal aan het rollen brengt. Maar bij A. McCall Smith werkt dat niet op die manier. Nee, er is geen fundamenteel probleem. Er zijn wel verschillende kleinere problemen, problemen die zich voordoen op deelvlakken van het leven van het hoofdpersonage. Haar job als hoofdredacteur van een filosofisch tijdschrift wordt -een beetje-bedreigd. Een oude kennis daagt op en heeft zich kennelijk voorgenomen om Isabelle in te schakelen om een aantal wél fundamentele problemen (ontrouw, ouderschap, geld) in haar leven op te lossen. Wees gerust, als tegengewicht vat Isabelle’s heel aantrekkelijke partner, die daarbij het voordeel heeft dat hij gek is op haar, het plan op om met haar te trouwen. En wees ook maar gerust wat de deelproblemen betreft, Isabelle lost ze één voor één op. Behalve in het voor mij deugddoende uit de weg ruimen van problemen, ligt de aantrekkelijkheid van deze roman vooral in de filosofische overpeinzingen van de hoofdfiguur. Bij elk vraagstuk dat zich aan haar opdringt stelt zij zich de vraag: wat is moreel handelen in dit geval. Je gaat vanzelf glimlachen, om de herkenning hier en daar, om de mildheid van haar oordeel, om het plezier van deze ontmoeting met een goed mens.
Zoals gezegd, ik word er opgeruimd van. Deze redelijkheid, dit positivisme werken als aroma’s met een helende kracht.
Wat mij extra opgeruimd maakt, is de vaststelling dat ‘The lost art of gratitude’ een deel is uit een reeks rond deze Isabelle Dalhousie.
Ik hou deze werkjes achter de hand, voor tijden van metternood.

Advertenties