Wordt vervolgd

Een hufterig ontslag : dagboek

Ik word wakker en onmiddellijk slaat het in mijn gezicht: ontslagen, niet meer gaan werken…
Dit kan toch niet. Ik ben 57. Ik was GOED in mijn job.
Is dit realiteit?
Het moet tegen vijf uur zijn, er is al licht buiten. Ik heb genoeg liggen woelen, ik moet eruit. Loop voorbij de spiegel in de badkamer, wil mijn gezicht niet zien. Het is het gezicht van een vrouw die haar ontslag kreeg.

Ik zet koffie, ongewoon voor mij, want doorgaans doet K. dat. Wen er maar aan, spreek ik mezelf toe. Niets wordt ooit nog als vroeger. Overdadig fluitende vogels. Zoals toen we buitenkwamen uit het rusthuis, mijn zus en ik, die nacht dat mama gestorven was.

Hoe kunnen ze? Hebben zij geen schaamte? Nee, zou mijn broer beamen, er is geen schaamte meer. De tijdsgeest, juist, wel, die heeft me daar een klap gegeven, ik weet niet waar ik stond, waar ik sta.

Aan de telefoon met de directeur maak ik de hele resem gemoedstemmingen door die ik in dit geval kan doormaken. Ik heb het over het omzetten van dit ontslag in een humoristisch boek. ‘Ah, zegt hij met een lach in zijn stem, “dan ging ik naar boekenwinkel en kocht het met plezier”. Ach god, hij denkt dat hij erom zou kunnen lachen, de sukkel. Nee, want onderweg rees ik voor hem op uit de grond, in het zwart gekleed, woest schuddend met mijn lange blonde haar, mijn groene ogen flikkerend van wraakzucht. Zzz, zzz, zzz dit is mijn zwaard over zijn borstkas: de Z van Zorro. Het bloed spoot eruit. De man aan de andere kant vermoedt niets, hij is duidelijk in zijn nopjes. Hier is hij goed in, hier ligt zijn sterke plek, mensen ontslaan.

Advertenties