Praten met de goden

Human traces Sebastian Faulks

Jacques Rebière and Thomas Mindwinter hebben dezelfde ambitie: inzicht krijgen in de kronkels van de menselijke geest, en mensen genezen van geestesziekten. Ze vragen zich af of geestelijk ziek zijn de prijs is die de mens betaalt voor het menselijk bewustzijn.
Het boek slabakt. Van Faulks las ik tot nu amusante verslagen van enkele dagen, hoogstens een week denk ik, uit het leven van een aantal mensen wiens wegen elkaar kruisen. Londen is de plaats waar dat gebeurt.
In Human traces schetst hij het leven van twee mannen die in het begin van deze eeuw op zoek zijn naar wat het betekent mens te zijn. Faulks verlaat hiermee de ruimtelijke en temporele beperking van zijn onderwerp, die hem als schrijver kenmerken, en slaagt daar niet goed in vind ik. Ik heb het boek nog niet uit, en wacht daarom nog met mijn definitieve bevindingen.
Maar wat ik wou noteren heeft hier eigenlijk niets mee te maken. Het is dit: Thomas vraagt zich af of mensen vroeger misschien werkelijk met de goden konden spreken. Of dat wat nu metaforen zijn, het ‘horen van stemmen’, ooit gewoon tot de fysieke werkelijkheid behoorde van mensen. Zouden mensen aanvankelijk direct met de goden gecommuniceerd hebben, zouden ze dus echte stemmen gehoord hebben die hen raad gaven, of waarschuwden voor verkeerde beslissingen? En is het zo gegaan dat naarmate ze verder evolueerden, en de nood om met de goden te spreken kleiner werd, ze die capaciteit verloren hebben?
Nu ik dit schrijf lijkt het me een beetje abstract, maar deze gedachte vond onmiddellijk een broedplaats in mijn hoofd.

Advertenties