De vliegeraar

Een boek van gewicht weer. En een bestseller geweest, ik ben voorzichtig dus.

Gaat over een vriendschap tussen Amir en Hassan, twee Afghaanse jongens. Of, omdat het woord ‘vriendschap’ in de context van de sociale verhoudingen in Afghanistan niet het juiste woord is, en omdat de jongens zonder dat ze dat weten, dezelfde vader hebben, over een heel innige relatie tussen deze jongens. Dan gebeurt er iets ontzettends. Dat leidt ertoe dat ze niet langer samen kunnen leven. Voor een schrijver die zijn verhaal in de recente geschiedenis van Afghanistan situeert, ligt de dramatiek voor het grijpen. En de gebeurtenissen in Afghanistan grijpen zeker diep in op het leven van de twee jongens. Wanneer de Russen Afghanistan binnenvallen, vluchten de hoofdfiguur en zijn vader het land uit, naar Amerika. Van een vooraanstaande en rijke familie worden ze arme immigranten.

Toch is het niet deze ommekeer die de dramatiek in het verhaal bepaalt. Nee, het ontzettende dat een van hen overkomt doet zich voor in de periode die de oproer in Afghanistan voorafgaat. Het gebeuren ontleent zijn dramatiek weliswaar aan de Afghaanse sociale verhoudingen, maar de dramatiek zet zich verder door in het gapend schuldgevoel dat de gebeurtenis bij de hoofdfiguur achterlaat, schuldgevoel omdat hij het gebeuren had kunnen voorkomen, maar het niet deed. Het dramatisch effect wordt nog eens versterkt doordat het voorval zich voordoet op een moment dat heel cruciaal is in de verhouding van Amir tot zijn vader, namelijk het ogenblik dat hij zo goed als zeker de eerste prijs haalt in een vliegerwedstrijd, en hiermee de liefde en de bewondering van zijn vader kan winnen. Een oud schuldgevoel, een vader-zoon-relatie, een door de omstandigheden scheefgetrokken broer-en-broer-relatie, een nieuw schuldgevoel, het inlossen van die schuld, ouders en kinderen, dat zijn de thema’s van dit boek. Een kanttekening toch: waarom is de hoofdfiguur eigenlijk niet opgekomen voor zijn vriend? De situatie was toch niet zo bedreigend voor hem? Hij behoorde tot de rijke burgerij, en de belager van zijn vriend zou in zijn aanwezigheid zeker niet hebben durven doen wat hij deed. Maar dan was er geen verhaal geweest natuurlijk. Een kunstgreepje dus?

Ik heb dit boek in een paar dagen uitgelezen. Het begint met een evocatie van enkele scènes uit de jeugd  van Amir. Die zijn zo goed geschreven dat ik onmiddellijk verkocht was. Je stapt Afghanistan binnen zonder dat te beseffen, pas als je het boek voor het eerst een beetje aan de kant moet laten liggen, besef je dat op reis bent geweest. Het eerste deel van het boek, waarin de hoofdfiguur terugblijkt op zijn jeugd, is het sterkst. Vanaf de vlucht naar de VS gaat het een beetje bergaf. Amir is vanaf hier zijn jeugd ontgroeid. De relatie met zijn vader is niet meer zo problematisch. Het werk verliest hier wat aan spanning. Het beschrijven, het evoceren, moet plaats maken voor de ontwikkeling van het verhaal. Amir gaat studeren, hij schrijft, hij wordt verliefd en hij trouwt. Als hij na zoveel jaren terug naar Afghanistan trekt, dan is dat om een schuld te vereffenen. Want er hapert iets in zijn leven, en hij schrijft dat toe aan het schuldgevoel dat hem nooit loslaat. Vanaf hier gaat het boek weer bergop. Situaties neerzetten, mensen beschrijven, daar is K. het sterkst in.

De opbouw van het verhaal stoort me een beetje. Alles valt te goed op zijn plaats: het weerzien met de oudere Assef, dat vooraf zo duidelijk aangekondigd wordt, diens relatie tot precies de zoon van Hassan, die vroeger het mikpunt van zijn pesterijen was, de op een blad aan Amir aangereikte kans om een schuld goed te maken en om, en passant, het verlangen naar een kind in te vullen, de brief van Hassan die hem bereikt, zijn redding door de zoon van Hassan, het vliegeren op het einde van de roman als middel om de apathie te doorbreken… Toch vind ik dit verhaal, en zeker het eerste deel ervan, heel ontroerend. Khaled Hosseini is een schrijver van het soort dat weet hoe je een wereld neerzet. Hij zet het Afghanistan van Amir en zijn flamboyante vader heel indringend neer. Dat doet me een beetje denken aan ‘A suitable boy’ van Vikram Seth. Daarin bracht de schrijver de hele indische wereld voor me tot leven. Hier doet de schrijver dat -zij het minder omvattend- met Afghanistan. Zoals een recensent het zegt: ‘Hosseini geeft zijn geboorteland een kloppend hart’. Bij mij scoort Hosseini uitzonderlijk hoog met zijn beschrijvingen van het vliegeren. Het hoofdstuk over die vliegerwedstrijd in de jeugd van Amir is van een zeldzame pracht. Dit is een hoofdstuk dat ik zou meenemen, als een keuze van hoofdstukken zich ooit zou opdringen.

Advertenties