Einde

Wat heeft Jonathan Coe in godsnaam bezield om zo’n einde aan ‘The terrible privacy of Maxwell Sim’ te plakken? Dat het hoofdpersonage plotseling tot de ontdekking komt dat hij slechts een personage is in een boek, en dat dat boek nu en hier eindigt, dat is toch al te gemakkelijk? Ik herinner me hoe moeilijk, en hoe belangrijk ik het einde van een verhandeling (voor dit woord sta ik niet in) vroeger vond. Een schrijver als Coe heeft die truukjes toch niet nodig? Of zie ik iets over het hoofd?
Een goed jaar geleden las ik ‘Elizabeth Costello’ van J.M. Coetzee. Het gaat over een oude man, die noodgedwongen met zijn schepper, de auteur, opgescheept zit. Dat was wel een goed boek. Het ging ook over veel meer dat die relatie, en Coetzee heeft een stijl die aan de ribben blijft hangen. Maar na dat boek had ik mijn portie wel gehad van die auteur-personage-relatie. Bij Coe maakt die relatie zelfs geen deel uit van het verhaal. Het is, of lijkt, vlug uit de doos gehaald omdat de auteur geen einde aan zijn boek wist te verzinnen. Als ik per boek punten zou geven aan schrijvers, dan kreeg hij niet meer dan zes. Daarmee dondert hij twee of drie punten naar beneden tov The circle is closed. Omwille van dit truukje, maar ook omwille van wat onmiddellijk aan dit einde voorafgaat: een depressieveling die overnight (het Engelse woord is hier beter) zijn depressie ziet wegsmelten omdat de externe factoren die aan de basis ervan lagen allemaal tegelijk weggeruimd worden. En behold: een niet-langer-depresieveling. Kijk, zo kan ik het ook.
Dat is natuurlijk niet waar, het boek is erg goed geschreven: Coe is niet alleen een kei in het oproepen van hilarische toestanden, je ziet daarnaast ook heel goed hoe het hoofdpersonage dieper en dieper in de sneeuw van zijn wanhoop wegzakt.
Net daarom kan ik de dubbele ontgoocheling van het einde niet hebben.

Advertenties