Herinneringen

September 1991:
‘Rilke bijna uit. Heb tussendoor gelezen: Voor ze me kende (Julian Barnes), Herkansing (Alice Adams), iets van Lou Andréas-Salomé, een dun boekje over Karen Blixen en enkele verhalen en reportages in de laatste NWT.
Gekocht: Dikke mensen van Luuk Gruwez en Liefdesverklaringen van Leonard Nolens. Was op de poëziedag in Watou. Nolens blonk uit, hij is erg indringend bij het voorlezen’.

Vroeger hield ik in een groen schrift met een zachte, nu verweerde, kaft bij wat ik las en wat ik ervan vond.
Ik blader er in terug tot ik lees: ‘Rilke bijna uit’.
Van Rilke? over Rilke? Een mens zou denken dat Rilke, of het nu van of over hem was, blijft nazinderen, lang blijft nazinderen. Maar nee, ik weet het niet meer. Het waren in ieder geval niet ‘Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge’. Die heb ik, maar die zitten in mijn spaarpotje voor als ik met pensioen ben. A propos, dat spaarpotje loopt bijna over.
Uit wat ik verder lees maak ik op dat het om een biografie ging. En ja, helemaal in de diepte, op een slapend rayon in de kast van mijn literair geheugen, begint er iets te bewegen, het rekt zich uit en gooit een verdwaasde blik op mij, die voor de open deur staat.
Wordt vervolgd.

Advertenties